Het Gekwetste Gewest

STUKKEN
ACTOREN
WETGEVING
ARCHIEFSCHEMA

situering
partners
ruimerproject
methodologie
bibliografie
contact
12-11-1918
Voorschotten door de Rechtbank voor Oorlogsschade

'Wetbesluit betreffende de steun te verlenen bij voorbaat inzake schade aan goederen' - Belgisch Staatsblad, 21/11/1918, blz. 1019-1022

SITUERING:
Dit wetbesluit bepaalde dat de Rechtbank voor Oorlogsschade voorschotten (‘bij voorbaat verleende steun’) mocht uitkeren op de oorlogsschadevergoeding (zie art. 1). Het geld mocht enkel gebruikt worden voor dringende herstellingswerken en het bedrag mocht niet hoger zijn dan de som die vóór de mobilisatie nodig zou geweest zijn voor het herstel. Voor woonhuizen gold een maximumbedrag van 10 000 frank.
In deze wet is voor het eerst sprake van het principe van de wederbelegging, namelijk dat het ontvangen bedrag moest besteed worden aan het herstel van het goed waarvoor de schadevergoeding was aangevraagd en niet op een andere manier mocht geïnvesteerd worden. In de wet van 10/05/1919 werkte men dit principe verder uit. (zie art. 2 en 3)
Het voorschot werd betaald in de vorm van een titel, afgeleverd door het Ministerie van Financiën (zie art. 4). De titel mocht verkocht of in pand gegeven worden bij het Bureel voor Afstand en Inpandgeving, waardoor de overheid zicht bleef behouden op de circulatie van de titels (zie art. 5).
Het voorschot werd in mindering gebracht op de eigenlijke schadevergoeding (zie art. 6).
Later zou ook de staat voorschotten toekennen en de voorwaarden hiervoor vastleggen in de wetten van 24/02/1919 en 9/04/1919. Nog later mochten ook de Samenwerkende Vennootschappen voor Oorlogsschade voorschotten geven, volgens de regels van de wet van 9/04/1919.


SELECTIE VAN RELEVANTE ARTIKELS:
HOOFDSTUK I: Over de voorwaarden van de bij voorbaat te verlenen steun

Art. 1: Bovenop de vergoeding voor oorlogsschade mag bij voorbaat steun verleend worden voor schade aan goederen van de volgende soorten:
A. Wat onroerende goederen betreft:
 1) Alle nijverheids- en handelsgebouwen, machines en werktuigen inbegrepen
 2) Woonhuizen, in de mate zoals aangeduid in artikel 3
 3) Gebouwen van algemeen nut (gemeentehuizen, ziekenhuizen, onderwijsgebouwen,                       gebouwen voor de eredienst, enz.)
B. Wat roerende goederen betreft:
1) Stofferend huisraad, kleding, linnen, enz. waar men in eerste instantie behoefte aan  heeft
2) Grondstoffen en zaken die nodig zijn voor het nijverheids-, handels- en landbouwbedrijf
3) Lichterschepen of schepen voor de binnenvaart

Art. 2: Alleen de geteisterden van Belgische nationaliteit die een werkelijke en dringende behoefte kunnen bewijzen en het geld zullen besteden aan de herstelling van vernielde, weggenomen of beschadigde goederen, zullen voordeel trekken uit dit wetbesluit.
De herbelegging moet op Belgisch grondgebied gebeuren, in goederen met gelijke of soortgelijke bestemming.
Om de werkelijkheid en de dringendheid van de behoefte te bepalen, wordt gelet op de hulpmiddelen van de geteisterde en op de omvang van de kosten voor heroprichting.

Art. 3: De bij voorbaat verleende steun mag niet groter zijn dan de som die op de dag voor de mobilisatie nodig zou geweest zijn om de goederen herop te bouwen of in hun vorige staat terug te brengen.
De som voor woonhuizen mag niet meer bedragen dan 10 000 frank per huis.

Het maximumbedrag kan bij koninklijk besluit opgevoerd worden.

HOOFDSTUK II: Over de vorm van de bij voorbaat te verlenen steun

Art. 4: De steun wordt verstrekt in de vorm van een titel, terugbetaalbaar door de Staat binnen een termijn van vijf jaar.
Deze titel, waarvan type, model en rentevoet bij koninklijk besluit zullen worden bepaald, wordt afgeleverd door de Minister van Financiën.

Art. 5: De titel mag afgestaan of in pand gegeven worden volgens de bepalingen van het wetbesluit van 11 november 1918 over de afstand en de pandgeving van het recht op herstel van oorlogsschade.

Art. 6: De bij voorbaat verleende steun komt in mindering op het bedrag van de aan de geteisterde verschuldigde vergoeding.
Als het eindvonnis een vergoeding toekent die lager is dan het bedrag van de bij voorbaat verleende steun, zal de titel vervangen worden door een nieuwe, met het bedrag van de eindvergoeding en dezelfde vervaltermijn.
In geval van afstand of inpandgeving zal de Staat aan de overnemer of schuldeiser het bedrag van de bij voorbaat verleende steun uitbetalen.
Van zodra het eindvonnis bekend is, heeft de Staat het recht om het verschil tussen het bedrag van de bij voorbaat verleende steun en het bedrag van het eindvonnis van de geteisterde terug te vorderen.
Interesten en bijkomende kosten dienen in afrekening te komen.

HOOFDSTUK III: Over de rechtspleging

Art. 7: De steun bij voorbaat wordt verleend door de Hoven en Rechtbanken voor Oorlogsschade.
De aanvragen tot steun worden bij dringendheid beoordeeld.
Er mag pas over beslist worden na de indiening van de hoofdaanvraag tot vaststelling en raming van dezelfde schade.

Art. 8: De aanvraag wordt in tweevoud bezorgd aan de voorzitter van de Rechtbank voor Oorlogsschade, die een exemplaar overmaakt aan de Staatscommissaris.
De aanvraag omvat:
1) Het bedrag van de aangevraagde bij voorbaat te verlenen steun
2) De elementen die de werkelijke en dringende behoefte aantonen
3) De manier waarop de aanvrager de steun zal besteden en de raming van de uitgaven die hij plant te doen
De aanvrager voegt alle berekeningen en stukken ter toelichting bij zijn aanvraag.

Art. 9 – 10

Art. 11: Op vertoon van een bewijsschrift van de griffier van het Hof of de Rechtbank overhandigt de Minister van Financiën de bij artikel 4 bedoelde titel aan de geteisterde.

Art. 12: De bepalingen van hoofdstuk II, artikels 28, 38, 39 tot 50, en van hoofdstuk V van de besluitwet van 23 oktober 1918 op de vaststelling en raming van oorlogsschade, zijn ook van toepassing op de aanvragen tot het verkrijgen van steun bij voorbaat.

Art. 13: Het toezicht over de voorwaarden voor de bij voorbaat verleende steun zullen worden vastgelegd bij koninklijk besluit.

Ondertekend door:
Koning Albert
Minister van Staathuishoudkundige Zaken Cooreman
Minister van Financiën A. Van de Vyvere
Minister van Justitie H. Carton de Wiart